De fiscale administratie gaat er in de praktijk vanuit dat ze bij belastingsupplementen naar aanleiding van een fiscale controle automatisch een belastingverhoging van 10% moet opleggen. Enkel bij overmacht en bij principiële geschillen over de toepassing van de fiscale bepalingen ziet de administratie af van de toepassing van de belastingverhoging van 10% in navolging van de rechtspraak van het Hof van Cassatie. Nochtans voorziet artikel 444 WIB92 dat de administratie bij ontstentenis van kwade trouw kan afzien van het minimum van 10% belastingverhoging. Een recent arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 november 2024 maakt komaf met deze administratieve praktijk (GwH 21 november 2024, nr. 129/2024).