Steeds meer Belgische belastingbetalers (natuurlijke personen) worden geconfronteerd met een bericht van wijziging voor inkomsten die zij ontvangen uit de verhuur van gemeubileerd onroerend goed gelegen in het buitenland.
De toename van dit soort controles is geen toeval. Ze is enerzijds te verklaren door de inwerkingtreding van de Europese richtlijn "DAC 7" [1], die uitbaters van digitale platforms zoals Airbnb of Booking verplicht om gedetailleerde informatie over de inkomsten van hun gebruikers door te geven aan de belastingautoriteiten van de lidstaten, en anderzijds door het standpunt van de minister van Financiën, die van mening is dat het deel van de huur dat betrekking heeft op de (roerende) inrichting van het buitenlands pand in België belastbaar is op grond van de meeste dubbelbelastingverdragen (waaronder het verdrag met Frankrijk zoals dat momenteel van kracht is).