Als bestuurder ben je er zowel tegenover de vennootschap, als tegenover derden toe gehouden om jouw opdracht behoorlijk te vervullen. Bestuurders kunnen bestuurdersaansprakelijkheid oplopen voor daden die een normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurder in dezelfde omstandigheden redelijkerwijze niet zou stellen.

Veelal wordt bestuurdersaansprakelijkheid slechts ingeroepen na een faillissement. Zolang de vennootschap al haar verplichtingen kan blijven voldoen, voelt niemand doorgaans immers de nood om de bestuurders persoonlijk aan te spreken. Dit wijzigt als er in een faillissement onbetaalde schuldeisers achterblijven. In het geval van een dreigend faillissement doen bestuurders er dan ook goed aan om extra voorzichtig en zorgvuldig te zijn.