Ook wanneer een dividenduitkering toegelaten is op basis van de vennootschapsrechtelijke balans- en liquiditeitstest, kan zij nog steeds aanleiding geven tot bestuurdersaansprakelijkheid.

Sedert de inwerkingtreding van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in 2020 kan een BV – ter bescherming van schuldeisers – pas een dividend uitkeren aan haar aandeelhouders na een dubbele uitkeringstest die telkens positief moet zijn.

Zo mag de dividenduitkering niet tot gevolg hebben dat het netto-actief negatief is of zou worden (balanstest of netto-actieftest).  Bovendien heeft het besluit van de algemene vergadering tot uitkering van een dividend slechts uitwerking nadat het bestuursorgaan heeft vastgesteld dat de vennootschap, volgens de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen, na de uitkering in staat zal blijven haar schulden te voldoen naarmate deze opeisbaar worden over een periode van ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van de uitkering van het dividend (liquiditeitstest). Het besluit van het bestuursorgaan met betrekking tot de liquiditeitstest wordt verantwoord in een verslag en, in vennootschappen waarin een commissaris werd benoemd, beoordeelt de commissaris de historische en prospectieve boekhoudkundige en financiële gegevens van dit verslag.