Indien een koper van aandelen na de overname kennis krijgt van bepaalde nadelige informatie over de vennootschap (de “lijken uit de kast”), stelt zich de vraag of hij/zij hiervoor van de verkoper een schadevergoeding kan vorderen. In een eerdere bijdrage wezen we op het belang van contractuele verklaringen en waarborgen in de overnameovereenkomst. De wettelijke bescherming van de koper strekt zich immers enkel uit tot de aandelen, en niet tot het onderliggende vermogen van de vennootschap, zodat aanvullende contractuele bescherming noodzakelijk is.
In deze bijdrage gaan wij dieper in op de onderzoekplicht die op de koper rust. In beginsel dient een koper namelijk zelf, desgewenst samen met zijn/haar professionele adviseurs, na te gaan of hij/zij het wenselijk vindt om de aandelen te kopen tegen de geboden prijs.