Wanneer een aanslag door een rechter geheel of gedeeltelijk nietig wordt verklaard, beschikt de fiscus over een belangrijke vangnetbepaling: de mogelijkheid om een zogeheten subsidiaire aanslag voor te leggen aan de rechtbank of het hof, zoals voorzien in artikel 356 WIB. De toepassing van deze bepaling is al bron geweest van vele discussies. Ook vandaag nog. De subsidiaire aanslag is het onderwerp geworden van een complex samenspel tussen procedurele timing, rechterlijke bevoegdheden en het hoger beroep. De volgende voorbeelden uit de recente rechtspraak tonen dit aan.