In principe zijn dividenden onderworpen aan het standaardtarief in de roerende voorheffing van 30%. ‘In principe’, want heel wat kmo-vennootschappen maken vandaag de dag dankbaar gebruik van het fiscaalvriendelijke regime van de liquidatiereserves. Bij de aanleg van de liquidatiereserves betaalt een vennootschap een bijzondere heffing van 10%. Indien de uitgekeerde liquidatiereserves vervolgens minstens vijf jaar in de vennootschap behouden blijven, bedraagt de verschuldigde roerende voorheffing nog slechts 5%. Wanneer de uitkering gebeurt bij de vereffening van de vennootschap, is er zelfs geen roerende voorheffing of personenbelasting verschuldigd en geldt er bovendien ook geen wachttermijn.

De vraag rijst of dit fiscaal regime ook geldt ingeval de liquidatiereserve werd aangelegd bij de vereffening van de vennootschap. Een recente ruling van de Dienst Voorafgaandelijke Beslissingen (Voorafgaandelijke beslissing nr. 2024.0658 van 3 december 2024) werpt een verhelderende blik op deze problematiek.