Tijdens de algemene vergadering van de ITAA afgelopen donderdag waren we getuige van een opvallend contrast. Enerzijds waren er de zorgvuldig opgestelde verslagen, voorgelezen via de auto-cue, waarbij de ogen meer op het scherm gericht waren dan op de zaal. Aan het einde van deze toespraken: geen applaus en een beleefde stilte. Aan de andere kant waren er enkele momenten die meer tot leven kwamen, meer verbonden waren met de realiteit, en die onze aandacht wisten vast te houden.

De presentatie van de jaarrekening en de begroting is daar een goed voorbeeld van. Deze jaarrekening, die doorgaans als saai bestempeld wordt, werd levendiger zodra ze werd gekaderd in concrete acties, de activiteiten en de projecten die door de ITAA worden uitgevoerd: de cijfers kregen een gezicht, een verhaal, een betekenis. In dezelfde geest werd de toespraak, die de nieuwe voorzitter moest aankondigen, dan weer gedragen door de emotie van het moment met en de blik op de toekomst. Tijdens deze toespraak werd er geen gebruik gemaakt van de auto-cue, maar met een spontane flair naar voor gebracht.

Deze contrasten duiden niet op “goede” of “slechte” sprekers. Ze roepen een collectieve vraag op: wat verwachten we van onze openbare toespraken? Informatie, natuurlijk. Maar ook warmte, verbondenheid, gemeenschappelijke betekenis. We weten allemaal dat spreken in het openbaar angstaanjagend kan zijn. Deze angst verklaart onze neiging om ons te verschuilen achter een perfect opgestelde tekst.

Toch is het niet zozeer de perfectie van het voorlezen die raakt, maar het charisma van de oprechtheid. Charisma betekent voor ons niet “schitteren”, maar durven spreken vanuit het hart, je stem laten horen, de zaal aankijken zoals je een gelijke aankijkt aan wie je iets belangrijks toevertrouwt. Regelmatig opkijken, de dia’s koppelen aan praktijkvoorbeelden, in enkele woorden uitleggen waarom dit jaarverslag belangrijk voor ons is, waarom een bepaalde activiteit ons trots maakt, waarom we nog steeds geloven in de toekomst van ons beroep.

We hoeven geen acteurs of actrices te worden. Maar we kunnen dit eenvoudige idee omarmen: spreken in het openbaar is een levendige activiteit die je kan oefenen. Net zoals we ons bijscholen in nieuwe normen, digitalisering of duurzaamheid, kunnen we ons ook bijscholen in mondelinge communicatie: interne workshops, conversaties tussen vennoten en medewerkers, collegiale feedback na een presentatie.

Ons beroep ondergaat ingrijpende veranderingen. In deze tijden kan elk openbaar woord, zowel bij de ITAA als in onze verenigingen en kantoren, afstand of vertrouwen creëren. Laten we onze interventies niet langer in een ongemakkelijke stilte laten verstommen. Laten we elkaar het recht én de plicht geven om vanuit ons hart en onze intuïtie te spreken, zodat elke uitspraak bijdraagt aan gedeelde trots om (gecertificeerd)accountant te zijn.

Guy KAHN